Gratin met koolrabi

Soms weet je echt niet wat je met een groente aanmoet. Rauw eten, koken, bakken? Dat had ik heel lang met koolrabi. Totdat ik dit recept op zo’n leuk gratis kaartje van ZTRDG zag. Ik zette het aan gasten voor en bingo! Zacht, een beetje romig en toch niet machtig. Zo kan koolrabi dus smaken!

voor 4 personen

2 koolrabi’s
1 sjalotje
1 teen knoflook
125 ml slagroom of sojaroom
1 oude boterham
klein handje walnoten
2 takjes verse thijm of 2 tl gedroogde
1,5 l groentebouillon, kan van een blokje
olijfolie om in te bakken
klont boter
zeezout
versgemalen zwarte peper

Breng de bouillon aan de kook in een ruime pan. Schil de koolrabi’s, halveer ze en snijd er dunne plakken van. Kook de koolrabi 5 minuten en schep ze dan in een vergiet. Bewaar de bouillon.

Verwarm de oven op 200 graden en vet een lage ovenschaal in.

Snijd het sjalotje fijn, fruit het met wat olie in 5 minuten glazig. Pel en plet de knoflook en voeg ‘m toe aan het sjalotje. Giet er een soeplepel bouillon bij en de room. Breng op smaak met wat zout en versgemalen zwarte peper. Kook de saus op laag vuur een paar minuten door.

Leg de plakjes koolrabi dakpansgewijs in de schaal en giet er wat saus over. Herhaal dit totdat de koolrabi op is en eindig met een laagje roomsaus.

Hak in de keukenmachine de boterham en de walnoten tot een kruimelig mengsel. Meng de tijm erdoor. Strooi dit over de koolrabi, verdeel wat kleine klontjes boter over de schotel en bak ‘m in 10 minuten tot een kwartier mooi bruin en gloeiend heet.

 

Reacties zijn gesloten.