Voedsel op drift

Wat is de overeenkomst tussen suikerriet en een aardappel? Je staat er vast niet elke dag bij stil, maar deze doodgewone eetbare planten staken ooit de Atlantische Oceaan over en brachten een ware revolutie teweeg. Zowel aan de ene als aan de andere kant van het grote water veranderde de samenleving na de Europese ontdekking van Amerika ingrijpend. Vanaf het eind van de 16e eeuw kwam de grootste uitwisseling van gewassen, dieren, goederen en mensen in de geschiedenis op gang. De veranderingen in de ecologie en de handel en wandel van mensen waren zo groot, dat ze zelfs een eigen naam kregen: De Columbiaanse Uitwisseling. De wereld zou nooit meer hetzelfde zijn.

Het is in onze tijd van wereldgerechten niet meer voor te stellen, maar ooit kookten de Italianen pastasaus zonder tomaten, aten ze in Indonesië gado gado zonder pindasaus en werd er op de Peleponnesos moussaka zonder aardappelen en aubergines gebakken. De in Amerika levende volken kenden geen zuivel, geen suiker en geen ui.

Zeeman met een blinde vlek
Als het aan Columbus had gelegen was dat nu nog steeds zo. Hij was namelijk op zoek naar kostbare Aziatische specerijen en goud. De rijkdom aan groenten en vruchten die hij aantrof in Amerika liet hem koud. En helaas bleek hij niet toegerust met een groot onderscheidingsvermogen. Toen hij in 1492 in Portugal terugkeerde van zijn eerste reis naar Azië –want dat dacht hij werkelijk- was zijn schip volgeladen met wat hij aanzag voor kaneel en peper. In Europa kon hij zijn vracht aan de straatstenen niet kwijt; de kaneel was oneetbare boomschors en de peper was wel pittig, maar aan de smaak van chilipeper was de 16e eeuwse consument nog niet toe.

De zeevaarders die na Columbus de oversteek naar de Nieuwe Wereld waagden, maakten kennis met tomaat, zonnebloem, pompoen, aubergine, avocado, bonen, pinda’s, cashewnoten, ananas, papaja, guave, zoete aardappel, cassave, vanille, cacao, mais, en niet te vergeten de aardappel.

De aardappeleters
Vooral de aardappel zorgde uiteindelijk in Europa voor een eind aan eeuwen van hongersnood en dodelijke ziektes. Het duurde wel tot midden 18e eeuw voordat de aardappel doordrong tot de kookpotten van de gemiddelde Europeaan, maar toen was er dan ook geen houden meer aan. Aardappelen groeiden goed en leverden voldoende energie om de door eeuwen van hongersnoden geteisterde bevolking te voeden en te laten groeien. Totdat de aardappelziekte rond 1840 tot een ongekend grote hongersnood leidde, aten vier van de tien Ieren niets anders dan aardappelen, aangevuld met wat melk. Ook in Nederland was de arme bevolking grotendeels afhankelijk geworden van de aardappel. Inmiddels weten we dat aardappelen alle essentiële vitamines bevatten, behalve A en D. En die zitten in melk. Dus als je je dan toch beperkt tot één voedingsgewas, dan is de aardappel een prima keuze. Totdat de monocultuur ten onder ging aan een micro-organisme…

Verslavend zoet
Minstens even ingrijpend was de komst van de conquistadores naar het Caraïbisch gebied en de rest van Zuid-Amerika. De Europese kolonialisten zetten het continent totaal op z’n kop. Zij introduceerden nieuwe gewassen, zoals suikerriet, en ontwrichtten onbedoeld het hele eco-systeem. De meereizende ziektekiemen richtten een ware slachting aan onder de bevolking. Driekwart van de inwoners van het continent ging in de zestiende en zeventiende eeuw ten onder aan ziektes als gele koorts, malaria en griep. Toch zette de opkomst van de suikerrietpantages door. Afkomstig uit Nieuw-Guinea had het suikerriet al een halve wereldreis van duizenden jaren gemaakt toen de Europeanen het gewas op grote schaal in de het Caraïbisch gebied gingen verbouwen. Suiker is gouden handel. Zoals schrijver Charles C. Mann in zijn boek 1493 zegt: ‘Er is altijd een markt voor. Niemand heeft ’s mensen suikerbehoefte ooit onderschat.’ Voor het felbegeerde zoet werden vele duizenden slaven uit Afrika aan het werk gezet, die in onbeschrijvelijke omstandigheden moesten werken. Tot op de dag van vandaag is suikerriet een van de belangrijkste landbouwgewassen op aarde en geldt het werk als zeer zwaar.

Wereldkeuken
De aardappel hielp Europa te overleven, maar de andere producten uit de Nieuwe wereld brachten variatie op het bord. In onze tijd komt ruim de helft van alle gewassen die wereldwijd worden verbouwd oorspronkelijk uit Noord- en Zuid-Amerika. De Columbiaanse Uitwisseling zette vijfhonderd jaar geleden de globalisering al in gang. Sommige planten kregen sneller voet aan de grond dan andere. De komkommer was al in de 17e eeuw een populaire groente in de Nederlandse steden, maar als je een kookboek uit de jaren 70 van de vorige eeuw openslaat, kom je daar exotische dingen tegen als de avocadopeer en de aubergine. Ook paprika’s worden pas sinds dertig jaar op grote schaal verbouwd.

En de tomaat, nu een van de meest gegeten groenten op de wereld, werd in Nederland tot 1800 vooral als sierplant gekweekt. Terwijl de Italianen hun ‘gouden appels’ tot de heerlijkste gerechten omtoverden en de Fransen ze zelfs als lustopwekkende ‘pomme d’amour’ serveerden duurde het nog tot het begin van de vorige eeuw totdat de tomaat hier op tafel kwam. De teelt in kassen maakte van Nederland het tomatenland van West-Europa.

Terug naar de Andes?
De Columbiaanse Uitwisseling bracht kleur en variatie in de voeding van mensen overal ter wereld. Dat kun je niet anders dan als een verrijking zien. Maar in de landbouw naderen we inmiddels de grenzen van grootschaligheid en monoculturen. Overvloedig gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest putten de aarde uit, terwijl er een verschraling plaatsvindt van het aantal soorten planten dat ons van voedsel voorziet. Om nog even terug te keren naar de aardappel: in de winkel kunnen wij kiezen uit hooguit drie of vier soorten, terwijl in de Andes tot wel 4.000 soorten aardappel geteld zijn. In Europa en Noord-Amerika zijn hele velden beplant met aardappels die volslagen identiek zijn. Deze manier van telen is kwetsbaar, omdat schimmels en insecten een hele oogst kunnen aantasten. Gevolg is een wapenwedloop waarin steeds zwaardere middelen worden ingezet om toch tot goede oogsten te komen. De boeren in de Andes zijn hun tradities trouw gebleven en verbouwen vaak meer dan tien soorten aardappel. Zo houden zij hun voedsel gezond en smakelijk en beperken zij het risico van misoogsten. De steile berghellingen maken grootschalige teelt onmogelijk en dat is misschien wel hun redding. Anno 2012 kijken mensen die op zoek zijn naar duurzame teeltmethodes opnieuw in de richting van Zuid-Amerika. Wat de boeren in het hooggebergte door overlevering en gezond verstand doen zou wel eens de sleutel kunnen zijn tot een echt duurzame voedselvoorziening voor de groeiende wereldbevolking.

Elze Boshart, 2 november 2012

De Columbiaanse Uitwisseling gaat over veel meer dan aardappels, suikerriet en tomaten. Wil je verder lezen over de grote volksverhuizing van voedsel over de wereld dan is het boek ‘1493’ van de Amerikaanse bestseller Charles C. Mann een echte aanrader. Verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Reacties zijn gesloten.