Een soort gado-gado met pindasaus

Je kent het vast wel: je trekt de groentenla van de koelkast open en er liggen -in dit geval- een halve boemkool, een aangesneden spitskool, een halve rode paprika, één lenteuitje en wat niet al te verse worteltjes.

Opgepept met verse gember, petehbonen uit de vriezer en een verrassend lichte pindasaus werd dit alles een prima gado-gado. Je kunt uiteraard heel veel resten rauwe groenten gebruiken, hieronder staat ie zoals ik ‘m maakte.

voor 4 personen

1/2 bloemkool
1/2 spitskool
1/2 grote rode paprika
1 lenteuitje
4 waspenen
een handjevol petehbonen

100 g amandel-sesamtofu of vegetarische ‘spekjes’
2 cm gember
1/2 spaanse peper
2 el kokosolie

4 el pindakaas
2 el ‘creamed coconut’ (santen kental)
1 stengel citroengras (sereh)
1 tl sambal dapur of oelek
1 tl gemalen koriander (ketoembar)
1 tl kurkuma (koenjit)
tamari of andere zoute sojasaus (ketjap asin)
zoete sojasaus (ketjap manis) of 1/2 el palmsuiker

Zet een grote pan water op en breng aan de kook.

Begin met de pindasaus, dan kunnen de smaken intrekken terwijl je de rest maakt. Doe de pindakaas en de creamed coconut met een scheut water in een steelpan en verhit al roerend op laag vuur. De saus mag niet koken, want dan gaat ie schiften! (Oftewel dan komt de olie bovendrijven.)
Kneus de stengel citroengras, frummel ‘m in elkaar of leg er een paar knopen in en doe ‘m in de pan. Voeg de sambal, de koriander en de kurkuma toe en laat de saus goed heet worden. Zet de pan daarna op een sudderplaatje en laat de saus trekken met een deksel op de pan.

Snijd de bloemkool in kleine roosjes. Blancheer ze 3 minuten in het kokende water en laat ze uitlekken in een vergiet. Snijd de wortels in de lengte doormidden en daarna in dunne plakjes. Blancheer de stukjes wortel ook 3 minuten en bewaar in de vergiet.

Schil de gember en snijd ‘m fijn. Hak de spaanse peper fijn. Snijd de spitskool in dunne reepjes. Snijd het lenteuitje in mooie schuine ringetjes. Snijd de rode paprika in kleine ruitjes of reepjes.

Snijd de amandel-sesamtofu of de nepspekjes in kleine blokjes en bak ze in een koekenpan met wat (kokos-)olie knapperig. Zet ze even apart.

Verhit een stevige wijde pan en laat de kokosolie daarin smelten. Fruit de gember en de spaanse peper een paar minuten. Doe dan de rode paprika erbij en laat op niet al te hoog vuur minimaal vijf minuten bakken. Dan komt de smaak van de paprika mooi tot z’n recht.

Breng ondertussen de pindasaus op smaak met zoute en zoete ketjap of de in heet water opgeloste palmsuiker. Vis het citroengras eruit. Houd de saus heet.

Doe nu de petehbonen, de bloemkool en de stukjes wortel bij de paprika. Schep goed om en voeg dan de spitskool toe. Schep ook deze goed door het groentenmengsel. Giet dan een klein scheutje water in de pan, zet het vuur laag en laat met het deksel op de pan vijf minuten smoren. Schep er tot slot het lenteuitje en de tofu of nepspekjes doorheen.

Serveer met bruine rijst en frisse reepjes komkommer of zelfgemaakte zoetzure groenten (atjar).

 

 

Reacties zijn gesloten.